2. De jaren 60: Het bestuur

In de jaren 60 bestond het bestuur uit Piet Kruithof (voorzitter), oprichter Cor Gubbels (vice-voorzitter), Wim Kulman (secretaris), Frits Ritman (penningmeester), Jan Dijksma (tweede penningmeester), Maarten Verheul (wedstrijdsecretaris), R. Pauwels, Aad Schreuder en P. Harmsen. Schreuder was het financiële genie. Hij kreeg het voor elkaar sponsors te vinden. P. Harmsen was tevens jeugdtrainer.

Het bestuur van Metro was in die jaren erg ambitieus en had het plan opgezet de grootste en beste vereniging van Nederland te worden. Rond 1967 verkeerde Metro inderdaad in grote bloei en dit is de reden geweest dat Metro niet meeging in de grote atletiekfusie van 1967 die werd geëntameerd door Harry Hofmeester van Pro Patria. Uiteindelijk ging PP echter zelf ook niet mee in deze fusie.

Over de ambities van Metro vertelt Verheul: “Wij wilden met Metro naar de top. Maar de toenmalige accomodatie aan het Langepad was daar absoluut niet toereikend voor. Wij hebben toen bij de gemeente een plan ingediend om het complex te vernieuwen en de baan een kwartslag te draaien, zodat de sprintbaan en overdekte tribunes (met daaronder kleed- en krachtruimte) parallel aan de weg zouden komen te liggen om een grotere kans op rugwind te hebben. Schreuder en Kruithof zijn in 1968 zelfs naar Keulen gereden om zich te oriënteren bij de Sporthochschule aldaar. Ons plan behelsde uiteindelijk ook de oprichting van een sportschool op het Langepad-complex waar wij onze gediplomeerde trainers professioneel bezig konden laten zijn. Het was een concreet plan, met tekeningen en al. Schreuder had berekend dat het allemaal kon.” Het plan werd door de gemeenteraad afgeschoten.

Intussen draaide Metro wel met de beste atletiekverenigingen van Nederland mee en streed ieder jaar om de titel ‘beste atletiekvereniging’, de PH-beker. Het trainerskorps was befaamd. Bertus Veldhoven trainde de middellange afstand atleten en Cor Gubbels de lange afstandlopers. Peter Nederhand was trainer sprint, springen en horden en Daaf Laman doceerde de werpnummers.

Illustratief voor de manier waarop Piet Kruithof zich in wilde zetten voor de atletieksport was het volgende verhaal. De PP-atleet Cees Koch, nationaal recordhouder discuswerpen, die zich had gekwalificeerd voor de Olympische Spelen, moest op het Langepad nog steeds trainen met een ring zonder betonnen bodem. Metro-voorzitter Kruithof wilde het voor hem opnemen en vroeg bij de gemeente een nieuwe werpring aan, maar dit werd geweigerd. Kruithof was echter niet voor één gat te vangen en toog naar de burgemeester. Die betonnen werpring kwam er.

Ook trof Kruithof ooit een regeling met een waardevol verspringer, die ook sprinter en estafetteloper was. Deze had jarenlang geweigerd zijn contributie te betalen. Kruithof schoot zijn contributieachterstand voor en sprak een maandelijkse afbetalingsregeling met hem af. Na enkele maanden raakte de atleet echter achter met betalen. Hij werd onmiddellijk weggestuurd.

Metro organiseerde frequent topwedstrijden op het Langepad om door middel van de prestaties van de eigen atleten publiciteit te halen. Aad Schreuder zorgde voor de aanwezigheid van buitenlandse atleten. De pers was vaak aanwezig, zo versloeg Fred Racqué zijn allereerste wedstrijd vanaf het Langepad. Als er geen pers was wist Otto Rennert overigens wel een mooi verhaal te schrijven. ‘Mooie Otto’ was bepaald geen kleine jongen op de 400 en 800m en zo nu en dan schreef hij zelf de verslagen van zijn wedstrijden voor de krant, hier en daar een beetje aangedikt. ‘De 800m. werd het hoogtepunt van de dag. De eerste 400m. gingen hard: 58 sec. met Henny Mohr op kop en Otto Rennert in tweede positie. Op 100m. voor de finish lanceerde Otto Rennert in geslagen positie een wanhopige aanval welke hem langs Mohr bracht en finishte hij ondanks de hitte in de uitstekende tijd van 2.00.4. Ook voor Mohr, welke het “vuile” werk had gedaan was er een prima tijd nl. 2.02.

Een mooi verhaal