4. Gubbels

Cor Gubbels was een charismatische figuur, erg populair omdat hij er moderne trainingsmethodes op nahield, met name die van Emil Zatopek (Cor Gubbels werd trouwens in kunstenaarskringen, hij was tevens schilder, Cees genoemd). Verteld wordt dat hij in zijn jonge jaren – voor de oorlog – houder van het wereldrecord op de 10km snelwandelen was geweest (In de annalen van Pro Patria staat dit echter niet vermeld, wel dat hij in 1920 aan de Olympische Spelen van Antwerpen meedeed en in de jaren daarna 26 maal nationaal kampioen is geworden). Gubbels stond bekend om zijn harde, bijna militaristische aanpak. Arie Spiering en Henk Mohr herinneren zich beiden wintertrainingen waarbij de atleten moesten inlopen naar het Kralingse Bos. Aldaar aangekomen moest iedereen zich uitkleden en in onderbroek door de sneeuw rollen en zich ermee inwrijven.

Wim Zoetemelk en Arie Spiering Wim Teerlink, in 1963 met zijn broertje Leo van SCR naar Metro gekomen, vond Gubbels een uitzonderlijk interessante man: “Gubbels was bij mijn weten de eerste trainer die yoga in de oefenstof verwerkte. Iedere vrijdag-avond gingen wij naar zijn huis om gemasseerd te worden. Tijdens die avonden luisterden wij met veel interesse naar zijn verhalen. Omdat hij getrouwd was met een Oost-Duitse kon hij inzicht geven in wat er zich achter het IJzeren Gordijn afspeelde.” Arie Spiering, die in 1958 als 14-jarige door Daaf Laman naar Metro werd meegenomen en in 1963 alle clubrecords op de sprint had verbeterd: “Gubbels liet ons ’s winters in het bos de naalden van de takken trekken en ons er onze handen mee inwrijven. Daarna moesten we de dennegeur opsnuiven.” De zware schema’s eisten in sommige gevallen wel hun tol. Niet iedereen kan immers geacht worden de schema’s van een Olympisch kampioen te lopen.

Gubbels’ vertrek bij Pro Patria betekende overigens bijna vanzelfsprekend ook het vertrek van een flink aantal goede atleten, onder wie Bertus Veldhoven, Otto Rennert, Martin Nijland, Adje van Es, Wim Bak, Gijs de Bode, Paul Nolet, Aad Steylen, Piet de Haas en de gebroeders Mohr (Henny, Werner en Alex). Verschillende van deze atleten zouden later, in de jaren 60, tot goede prestaties komen. Gijs, Aad, Bertus en Piet werden al in 1963 nationaal kampioen op de 4x1500m en verbeterden in 1964 het nationaal record. Gijs de Bode werd later, toen hij bij Bertus Veldhoven trainde, een nationale topper op de midden- en lange afstand en werd tweemaal veldloopkampioen. Aad Steylen werd zelfs een internationaal topper op de marathon, hij werd in 1968 uitgezonden naar de Olympische Spelen.

In 1973 won Metro voor de negende keer op rij de DOS-estafette (na 1967 de AVR-estafette), volgens het clubblad zelfs voor de tiende keer. Het daaropvolgende jaar werd Metro echter gediskwalificeerd wegens een foute wissel en ging de titel naar AVR.

In 1966 was Gubbels de initiator van de succesvolle trimsectie binnen Metro, waarvan hij samen met Bertus Veldhoven trainer werd. Zowel Gubbels als Bertus hamerden opeen gezonde leefwijze en vermoedelijk is de interesse voor het marathonlopen in Rotterdam hier ontstaan. Jarenlang heeft Metro prestatielopen en Coopertests georganiseerd.

Het succes van Cor Gubbels was na tientallen jaren nog steeds te zien in de lijsten ‘Tien besten aller tijden’ van Rotterdam Atletiek. Het merendeel van de atleten die in deze lijsten op de lange afstanden genoemd worden, komt uit de stal van Gubbels. Gubbels ontving in 1973 de Gouden Speld van de KNAU, wegens zijn 60-jarige inzet voor de atletiek. Hij overleed in 1975.