5. Peter Nederhand

In 1963 stopte nationaal recordhouder hordelopen en 43-voudig international Peter Nederhand (ALO) met de wedstrijdatletiek. Datzelfde jaar begon hij als trainer bij Metro. Gelijk Cor Gubbels bracht hij een aantal voortreffelijke atleten mee, onder wie de gebroeders Henk en Jan Drent, Coen Jansen, Henk van der Horst, Rob Kila en Paul van Gool.

Lex Mohr, al lid sinds 1955, ging ook bij Peter Nederhand trainen. Er werd zelfs aan krachttraining gedaan. Via de heer Ratten, een oud judoka die er prat op ging Anton Geesink ooit eens te hebben verslagen, was men aan een zaaltje in de Catharinastraat gekomen. Lex: “We trainden in een gewichthefzaaltje achter een slagerij dat we hadden opgepoetst. De halters en dergelijke maakten we zelf van oud ijzer. Het was letterlijk pionieren in die tijd.” Later werd er nog getraind in de suikerbakkerij van de familie Kulman in Crooswijk.
Seniorencompetitie 1970
Het lijdt geen twijfel dat de komst van Peter Nederhand Metro een enorme impuls gaf. Metro was in de beginjaren immers alleen bekend als midden- en lange afstandclub. De komst van Peter en zijn jongens maakte van Metro in één klap een volwaardige atletiekvereniging die mee kon doen op het hoogste niveau. Het landskampioenschap van 1970 was mede het resultaat van de prestaties van zijn pupillen. Coen Jansen werd jarenlang tweede en derde op de 100m, hij zette uiteindelijk in 1974 10.70 neer. Op de 60m indoor liep hij in 1970 6.90. Hans van Enkhuyzen liep in 1969 een nationaal record op de 110mH in 14.1. Later zou hij als lid van AAC deze tijd nog verbeteren tot 13.8. Rien Mellaard sprong in 1969 14.59m hinkstap en Jan Drent sprong in 1970 tijdens de indoorkampioenschappen een nationaal record van 7.50m, een prestatie die pas in 1979 werd verbeterd. Hans van Enkhuyzen sprong tijdens die wedstrijd 7.36m, toen de tweede sprong aller tijden.

Jan Drent vertelt: “Ik was in september ’69 overgekomen van PAC omdat de trainer (Ton Eijkenboom) daar vertrokken was en er bij Metro destijds een kernploeg was gevormd onder begeleiding van Peter Nederhand. Na mijn militaire dienst had ik mij die winter onderworpen aan een strak schema met daarin opgenomen ‘krachttraining’. Dit gebeurde 3 hoog achter in de Catharinastraat in Kralingen en de gewichten bestonden volgens mij uit de assen van voormalige spoorwagons. Je moest na een serie stoten voorzichtig terug leggen op de houten vloer anders gingen ze er dwars doorheen en zouden bij de benedenburen belanden. Op het Open NK in Groningen van 1970 werd ik met mijn laatste sprong van 7.50 de eerste Nederlander en passeerde Hans van Enkhuizen met wie ik daarvoor steeds stuivertje had gewisseld en die die avond bovendien 1e werd op de 60 meter horden in een nieuw Nederlands record van 8.1 sec (handgeklokt). Ik werd 2e met 8.2 sec voor de favoriet Peter Dellensen van AAC met 8.3 sec. Het zomerseizoen verliep door blessures voor mij minder succesvol maar ik was wel deelnemer bij het landskampioenschap van Metro. Die dag zat bij Metro alles mee wat bij AAC tegen zat. Ik meen me te herinneren dat de estafetteploeg op de 4×100 het stokje verloor en een polsstokhoogspringer de aanvangshoogte niet haalde en ja, dat scheelt een paar punten. De ‘kernploeg’ viel een paar jaar later door omstandigheden uiteen. In die tijd was werk belangrijker dan sport aangezien we nog pure amateurs waren en er geen vergoedingen tegenover stonden. T-shirts met reclame moesten worden afgeplakt. Ondanks het feit dat atletiek geen teamsport is bestond er binnen de groep wel een hecht teamverband dat na afloop van een duurloop in het Kralingse Bos vaak werd beklonken met een ‘warme ranja’ in de kantine.

De clubrecords van genoemde heren hebben jarenlang gestaan en sommige staan nu nog. Rien’s zoontje Emiel had toen hij 10 was – in 1976 – alle officiële pupillenrecords in handen – sommige staan nu nog – en beloofde toen al een nationale topper te worden. Helaas voor Metro begonnen zijn vader en zijn oom in 1976 een sportschool met sauna in Spijkenisse en Emiel werd lid van Spark. In 1989 werd hij Europees Indoorkampioen en sprong hij 8.23m.

In 1973 stopte Peter Nederhand met zijn activiteiten als bondscoach – een functie die hij ook tien jaar vervuld had – en trainer. Hij ging zich verder wijden aan het ontwikkelen van trainerscursussen voor de KNAU, waar hij reeds in 1963 mee was begonnen – de allereerste trainerscursus. Hij werd opgevolgd door Coen Janssen (sprint) en Rien Mellaard (sprint-springen).

Peter Nederhand en Martin van Rooijen Op 27 april 2003 kreeg Peter Nederhand tijdens de Unieraadsvergadering van de KNAU het Unie Erekruis opgespeld vanwege zijn betekenis voor de Nederlandse atletiek, als atleet, trainer en ontwikkelaar van atletiekopleidingen. Over de gang van zaken rondom deze huldiging is Peter echter niet te spreken: “Woedend was ik. Het KNAU-bestuur was in de eerste plaats vergeten dat mij deze onderscheiding in 1963 ook al is toegekend bij mijn 12½ jarig jubileum als international. Deze is mij alleen toen, ondanks belofte, nooit opgespeld maar slechts toegestuurd. Erger nog was de gang van zaken in 2003. Ik werd eerst opgebeld dat ik het Erekruis zou krijgen en dacht eerst aan een vergissing. Maar men vertelde mij dat een officiële uitnodiging nog zou volgen. Die kwam niet dus ben ik maar op eigen gelegenheid op die 27-e april naar het bondsbureau gereden. Daar kon iemand mij bij toeval vertellen dat de Unieraad niet daar, maar elders in IJsselstein vergaderde. Toen ik daar aankwam kreeg ik mijn tweede Erekruis. De andere stak in mijn andere revers, maar men had niets in de gaten. De waarnemend voorzitter beloofde mij toen het lidmaatschap van verdienste van de KNAU, maar tot op heden heb ik ook daar over nog niets gehoord.

Peter heeft onnoemlijk veel atleten opgeleid tot trainer en is tot 2002 voor de KNAU actief gebleven.