6. Daaf Laman

Daaf Laman De van oorsprong allround atleet Daaf Laman kreeg eind jaren 60, begin jaren 70 de werpsectie van Metro onder zijn hoede. Onder zijn begeleiding bereikten de Metro-atleten goede prestaties: nationale kampioenschappen en zelfs nationale records. In 1970 bijvoorbeeld voerden Rob de Jong (15.81 – derde aller tijden) en Sjaak Ruhl (15.50) bij de junioren A de ranglijst kogelstoten aan. Rob werd dat jaar kampioen met 14.93, Sjaak werd derde met 14.09. Ook bij het discuswerpen werd Rob kampioen, met 46.88. Zijn 49.40 van dat jaar betekende een nationaal jeugdrecord en deed de gevleugelde uitspraak ontstaan: ‘Ga zo voort, mijn zoon, en gij zult 50 meter werpen’. Rob zat ook in de jeugdcommissie en had de bijnaam Superman (de overige JC-leden hadden ook bijnamen: A. van de Lee – Sprintje, R. Brusik – Spikkeltje, Lex van Someren – Oom Dagobert en Albert van Schaik – Dompie). Sjaak Ruhl was echter degene die in zijn seniorentijd doorbrak. Pas in 1969 kwam hij bij Metro nadat hij was opgevallen tijdens een bedrijfswedstrijd van zijn vader. Koos Koumans en Piet van der Kruk – destijds districtstrainer en nationaal recordhouder met 17.09m – stuurden hem naar Metro om bij Daaf Laman te trainen.

Rob de Jong en Sjaak Ruhl De schema’s voor gewichttraining werden overigens gemaakt door Peter Nederhand. Sjaak groeide uit tot volgens sommigen de beste atleet van Metro. Hij werd vele malen nationaal kampioen, trad op in interlands en verbeterde in 1976 het nationaal record tot 17.46. Deze prestatie leverde hem een kratje pils op, naar aanleiding van een weddenschap met de journalist van Het Vrije Volk. Sjaak verbeterde ook het nationaal indoorrecord (16.96m), en wel met een kogel die achteraf 84 gram te zwaar bleek te zijn! Hij kwam buiten met de discus tot 55.12m, maar toen als lid van AVR. Al deze records hadden Erik de Bruin nodig om verbeterd te worden. De werpers van Metro waren berucht, op de districtskampioenschappen van 1974 bijvoorbeeld wonnen Metro-atleten bij het discuswerpen alledrie de medailles. Sjaak Ruhl won goud, Rob de Jong zilver, en Cor Diemers – die het jaar daarvoor met 43.30m voor de tweede keer achter elkaar nationaal jeugdkampioen was geworden – brons.

Sjaak – 1.97m en 105kg – werd in die jaren meerdere malen beschuldigd van het gebruik van hormonen en anabole steroïden. Dit is echter nooit hard gemaakt en in een open brief naar de Atletiekwereld uitte hij zijn frustratie over deze geruchten.”Ik ben nog steeds voor de volle honderd procent bij mijn verstand en weet verdomd goed wat de gevolgen zijn van het gebruik van anabole steroïden, maar dat niet alleen want dan had ik nu reeds tussen de 19 en 20m gestoten. (…) Laat degene die denkt dat ik iets gebruik één maand met mij mee trainen, dan weet hij wat er voor nodig is om 16m te kunnen stoten zonder gebruik van enige middelen en zal verder geen achterdochtige praat hoeven rondstrooien.” Sjaak had het overigens goed naar zijn zin bij Metro, ondanks dat hij, naast werk en opleiding, dagelijks vanaf Heijplaat moest fietsen naar de training.”Na de zware trainingen wachtte de warme ranja in de kantine bij mijnheer Herrewijn.” Bijna iedereen herinnert zich die.

In 1974 was er ook een C-jongen die naar de C-spelen ging om hoog te springen. Eén nummer was toch wat weinig dus deed hij er speerwerpen bij. Laat hij dat nummer nou winnen met 51.58m. In 1975 en 1976, bij de B-jongens, werd hij ook kampioen met 54.52m en 57.22m. In 1979, bij de A-jongens, won hij met 59.74. In 2004, als hij al jarenlang bekend is als directeur van de Rotterdam Marathon, staan de 51.58m en de 62.94m uit 1976 nog steeds als clubrecords bij C- en B-jongens. In 1980 stopte hij wegens zijn studie. Later zou hij naar AVR gaan. Zijn naam: Mario Kadiks. Sjaak, Rob en Cor waren hem overigens al voorgegaan. Metro behaalde in 1976 voor het eerst niet de finale van de hoofdklasse en degradeerde in 1977 zelfs naar de eerste klasse. Veel topatleten – niet alleen werpers – zegden toen het vertrouwen in het bestuur op en verlieten Metro.

Daaf Laman stopte in 1976 als trainer – In het artikel in de Atletiekwereld van mei 1976 hieronder vertelt hij waarom – maar bleef op de achtergrond zijn werpers nog wel begeleiden.

Artikel Atletiekwereld mei 1976