Kampioenenmaker Errol Esajas

In de jaren 80 werd Metro steeds meer bekend als sprintvereniging. Op het NK estafette in 1985 trad Metro zelfs met drie 4x100m ploegen aan. Het eerste team werd hier derde. Op de 4x200m behaalde zelfs het tweede team de finale, maar helaas werd het eerste team gediskwalificeerd. Het aantal leden groeide dermate, dat er twee assistenten werden aangesteld, voor de jongens en meisjes AB. Op de technische nummers bleef het echter tobben. In 1987 degradeerden de mannen uiteindelijk naar de derde klasse.

Ook in 1987 werd bekend dat topsprinter Rinaldo Mossel aan leukemie leed. Na een beenmergtransplantatie leek hij er bovenop te komen, deed zelfs mee aan de NK estafette, maar overleed tenslotte toch op 3 december 1987.

Nadat Errol Esajas in 1984, naast zijn eigen sprintcarrière, als jeugdtrainer was begonnen werd hij in 1987 trainer van een sprintgroepje onder leiding van Paul Franklin. Een veelbelovende junior stapte ook naar hem over: Clement Moe. Deze twee sprinters zouden jarenlang het sprintgezicht van Metro bepalen, en later ook van Rotterdam Atletiek. Clement Moe begon met het verbeteren van het clubrecord op de 200m bij de jongens A maar wist uiteindelijk tweemaal nationaal kampioen bij de senioren te worden (indoor in 1991 met 21.93 en outdoor in 1992 met 21.13). Uiteindelijk zette hij het clubrecord op de 200m op 20.94.

Ook in 1991 werd Dudley den Dulk kampioen bij de jongens A op zowel de 100m als de 200m. Dudley had al eerder voor de Antillen op de Olympische Spelen van Seoul gelopen. Het jaar daarop leverde Errol weer een kampioen af bij de jongens A: Edelbert Martinus. Ook hij wist de 100m en de 200m te winnen, in 10.95 en 22.11. Ellsworth Manuel (lid sinds 1989) werd dat jaar kampioen op verspringen met 7.57m.

De groep van Errol kreeg een enorme aantrekkingskracht, niet alleen op sprinters maar ook op springers en werpers. Hierdoor kon Metro in de competitie weer aan de top van de tweede klasse gaan meedraaien.