“Dat hardlopen is echt niks voor mij!”

Hoe leer je iemand in drie maanden op een verantwoorde manier hardlopen

DAT HARDLOPEN IS ECHT NIKS VOOR MIJ!

Hoe duidelijk kan iemand zijn? “Ik heb daar helemaal niks mee, van die magere mensen die supergezond leven en altijd vroeg op staan.”
In al mijn profielen op de verschillende sociale media staat het duidelijk. Ik ben een hardloper en zelfs een hardlooptrainer. Maar ik dring het niemand op. Schei uit. Ieder zijn ding. Wil je niet hardlopen, ga dan lekker fietsen. Trouwens, mager ben ik niet eens, er mogen best wat pondjes af en ik houd ook van uitslapen!
Zo leerden wij elkaar kennen. En een jaar lang deed ik mijn ding, een paar keer per week een rondje hardlopen. In mijn eentje. Want Corona. Op willekeurige tijdstippen. Gewoon als ik er zin in had.
Op een gegeven moment dacht ik te horen:

“Misschien moet ik het toch eens proberen.”
  (wat zeg je, wat wil je proberen?)
“Nou hardlopen.”
  (je maakt een grap toch?)
“Nee echt.”

Dat ging zo een paar weken door, want ik deed net of ik dacht dat ik in de maling genomen werd. En trouwens, ik had beloofd haar het hardlopen nooit op te dringen dus moest ik wel heel zeker weten dat ze dit zelf bedacht had. Het zou zomaar kunnen ‘backfiren’. Daar zat ik dan, tegenover iemand die dacht dat hardlopen niets voor haar was, maar het toch wilde proberen.
Dan kun je twee kanten op:
De ene kant: Een rondje plas beginnen te rennen en tegen haar zeggen, zodra ze ingestort is: “Het is inderdaad niks voor jou, kom we stoppen ermee, je hebt gelijk.”
De andere kant: Het “Start-to-Run“-schema uit de kast halen en van start gaan met 1 minuut joggen, 2 minuten wandelen, en dit tweemaal herhalen. Ik koos voor de andere kant. Als je zo in je hoofd zit, moet je het maar voelen. Het was februari, het voorjaar lonkte.

Sputterend ging ze van start.

“Ik kan dit niet!”
  (iedereen kan hardlopen)
“Is het nog ver?”
  (nee)
“Loop ik wel goed?”
  (je loopt keurig)
“Zie ik er niet raar uit?”
  (helemaal niet)
“Denk je dat ik dit kan?”
  (zeker wel)

Na de eerste minuut: “Zijn we nu al klaar? Ik ben helemaal nog niet moe.” Bingo. Dit is nou het geheim van hardlooptraining. Als je denkt dat je training alleen goed is gegaan wanneer je je naar de blubbers hebt gelopen, ben je verkeerd bezig. De weken daarna voerden wij het “Start-to-Run”-schema uit, elke week werden de intervals wat langer, of kwamen er intervals bij. Echte hardloopschoenen werden aangeschaft bij Run2Day. En in mei besloot ik ook een heuse “eindloop” te organiseren, 20 minuten achter elkaar hardlopen.

De twijfels sloegen weer toe.

“Daar ben ik helemaal nog niet aan toe!”
  (jawel)
“Denk je echt dat ik dat al kan?”
  (zeker)
“Ik ben helemaal geen hardloper!”
  (je loopt hard, dus ben je een hardloper)
“Het ziet er niet uit!”
  (het ziet er prima uit)

In een stil stukje bos zetten we een rondje uit en zonder enig probleem liep zij 20 minuten achter elkaar. Ze was niet moe en haar ogen stonden blij. Thuis printte ik een officieel “Start-to-Run”-diploma uit dat ik aan haar overhandigde inclusief een “Start-to-Run”-shirt en een bijbehorende medaille.

Een jaar later interviewde zij voor een magazine de iniatiefnemer van de Bijlmer Run en zei enthousiast tegen hem: “Volgend jaar doe ik ook mee!” Maar amper thuis had ze alweer spijt.

“Vijf kilometer is wel erg ver en je moet binnen 45 minuten finishen, dat kan ik helemaal niet.”
  (waarom denk je dat?)
“Nou, ik heb nog nooit verder gelopen dan 4 kilometer intervals en 45 minuten is veel te snel.”
  (ik denk dat je dat wel kunt)
“Maar ik wil niet buiten de tijdlimiet finishen!”
  (we gaan sowieso een trainingsschema maken)
“Als ik het niet haal schaam ik me dood!”
  (als het met het schema niet lukt ga je gewoon niet van start)

Dat stelde haar gerust. De grote dag was 6 mei 2023. We hadden tijd genoeg. We bouwden het “Start-to-Run”-schema dus verder uit. Ze ging zelfs zonder mij trainen.

Op een gegeven moment kreeg ik door dat die 45 minuten-limiet geen probleem zou opleveren. Maar haar daarvan overtuigen was nog een dingetje.

“Ja maar ik heb het nog nooit gedaan!”
  (je trainingsresultaten zeggen dat je er klaar voor bent)
“Maar vind jij dan ook dat ik er klaar voor ben?”
  (zeker ga je die 45 minuten halen)
“Maar je moet wel mee, want ik kan het niet alleen!”
  (je kunt het wel alleen maar ik ga mee om onderweg met je te kletsen)

Het was een prachtige tocht door de Bijlmer.
Na 2 kilometer liepen we op een schema van 37 minuten. We bouwden dus wat buffer op en na 3 kilometer konden we wat langzamer gaan lopen. Het was warm dus dat was een goed idee. Onze eindtijd werd 39:29. Ik was super trots op haar en eindelijk kon zij ook trots zijn op zichzelf.

Iedereen kan leren hardlopen, maar doe het wel met een goed schema en onder begeleiding.